home  > gevolgen  > natuur  > biodiversiteit

Klimaatverandering wordt vaak als oorzaak aangeduid voor de afname van de biodiversiteit. Dit blijkt echter niet het geval. Hogere temperaturen zorgen over het algemeen voor gunstiger omstandigheden voor planten en dieren. Door de vergroening onder invloed van de gestegen CO₂ is ook de woestijnvorming sterk afgenomen, wat gunstig is voor de natuur.

De biodiversiteit, de mate van verscheidenheid aan levensvormen op aarde, staat onder druk. Het biodiversiteitspanel van de Verenigde Naties (IPBES, Intergovernmental science-policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services) stelt in het rapport van 2019 dat de natuur wereldwijd in een ongekend snel tempo achteruit gaat. Binnen enkele decennia worden een miljoen soorten in hun voortbestaan bedreigd.

Het IPBES noemt klimaatverandering als een van de vijf directe oorzaken van de afnemende biodiversiteit. Ook veel andere organisaties leggen een link tussen de afname van de biodiversiteit en de opwarming van de aarde. Zo schrijft het Wereld Natuurfonds op zijn site: "Klimaat en biodiversiteit gaan hand in hand" en stelt dat klimaatverandering leidt tot verlies van biodiversiteit door onder meer verdroging, overstromingen en verlies van natuurlandschappen.

De feiten over biodiversiteit

Pyrenese steenbok is een van weinige zoogdieren die is uitgestorven
Afbeelding 1: Pyrenese steenbok is een van weinige zoogdieren die is uitgestorven
De zorgen op de biodiversiteit op de wereld van het IPBES kunnen zeker terecht zijn, maar blijken tot nu toe nog niet uit de cijfers. Er zijn geen indicaties dat er de laatste jaren een toename is in het aantal soorten dieren dat uitsterft. Zoals blijkt uit een studie van Stichting Milieu Wetenschap en Beleid uit 2015 zijn er sinds het jaar 1500 901 soorten uitgestorven van de 1,8 miljoen die in de wetenschap bekend zijn. Dat is 0,05%. Het overgrote deel daarvan vond plaats vóór de 20e eeuw en hangt onder meer samen met de ontbossing in die tijd in grote delen van de wereld. In 1800 was bijvoorbeeld het bosoppervlak in Nederland meer dan drie keer kleiner dan nu. Het overgrote deel van de soorten die in de periode van 500 jaar zijn uitgestorven, betrof soorten die leefden op tropische eilandjes en in Australië. In Europa is sinds 1900 slechts een enkele zoogdiersoort uitgestorven, onder andere de Pyrenese steenbok.

Als de biodiversiteit de komende tijd toch onder druk kan komen te staan zoals het IPBES stelt, is de vervolgvraag of klimaatverandering daarvan een oorzaak is. Het klopt dat de aarde opwarmt, maar heeft dat werkelijk invloed op het aantal voorkomende soorten planten en dieren? Of is de bedreiging gekoppeld aan andere oorzaken, zoals verandering van landgebruik, milieuverontreiniging, roofbouw, invasieve soorten, overbevolking, enzovoorts?

Als je sec kijkt naar de temperatuur, dan zie je dat warme gebieden over het algemeen juist een veel grotere variëteit aan soorten planten en dieren hebben dan koudere gebieden. In de tropen komen meer soorten voor dan op de toendra's. Ecologische en evolutionaire processen verlopen nu eenmaal sneller bij hogere temperaturen (zie o.a. Brown 2013). Als de gemiddelde temperatuur in een streek langzaam stijgt, heeft dat dus een positieve invloed op de diversiteit in dat gebied. Soorten die minder goed tegen de kou kunnen, zullen afnemen in aantal en mogelijk verhuizen naar voormalig koudere streken, maar een groter aantal andere soorten uit warmere streken zal zich uitbreiden. Het onderzoek van Mayhew et al. van 2012 'Biodiversity tracks temperature over time' bevestigt dit beeld. De positieve koppeling tussen biodiversiteit en temperatuur zie je ook in de geschiedenis van de aarde terug. Juist in perioden van opwarming is er vaak een toename van de biodiversiteit. Zie onder meer Wikipedia.

Bij dit positieve beeld is het wel van belang om stil te staan bij het tempo waarin zich de klimaatverandering voltrekt en argumenten die het WNF hierboven gebruikt.

Tempo van de klimaatverandering

Uitstervende ijsbeer?
Afbeelding 2: Uitstervende ijsbeer?
Een belangrijk argument dat steeds naar voren komt bij de huidige klimaatverandering is dat deze zich in zo'n snel tempo voltrekt, dat soorten onvoldoende tijd hebben om zich aan te passen en daarmee uitsterven. Het bekende beeld bij dit argument is de populatie ijsberen in het noordelijk poolgebied. Het tempo van klimaatverandering ligt daar hoger dan gemiddeld op aarde en er bestond/bestaat vrees voor het uitsterven van de ijsberen door de veronderstelde verkleining van hun leefgebied. National Geographic uit deze vrees nog steeds. Wat je in werkelijkheid ziet, is dat dieren zich ook hier goed aanpassen aan de omstandigheden. Terwijl de populatie eind jaren 60 na grootschalige jacht niet groter was dan 5.000 exemplaren, schat het WNF de populatie nu op 22.000 tot 31.000. Ondanks de opwarming en ondanks het smelten van een deel van het ijs heeft de populatie zich sterk kunnen uitbreiden.

In het tempo van de klimaatverandering zijn er grote lokale en regionale verschillen, zoals bijvoorbeeld in het noordelijk poolgebied. Maar mondiaal gezien is ondanks de berichtgeving over een stijging in de vorm van een hockeystick, de verandering heel gematigd (0,5°C opwarming in 40 jaar). Bovendien is de verandering niet veel anders dan bijvoorbeeld in de Middeleeuwen heeft plaatsgevonden. In dat verband is het ook niet verwonderlijk dat ijsberen zich nu goed weten te handhaven, als je je realiseert dat de soort ook de Middeleeuwen goed heeft overleefd en zelfs het Holoceen klimaatoptimum van 8000-5000 jaar geleden toen het zeeijs rond Groenland vele honderden kilometers noordelijker lag.

Woestijnvorming

Indien de klimaatverandering op grote schaal verdroging en woestijnvorming tot gevolg heeft, kan dit wel impact hebben op het leven op aarde. Hierbij wordt vaak verwezen naar de Sahel-landen waar de zuidelijke Sahara zich uitbreidt. Het klopt dat zich in die landen problemen op dit gebied voordoen, maar dat staat niet model voor het mondiale beeld. Het IPCC geeft in het Fifth Assessment Report (pag. 50) ook aan dat er regionale problemen zijn maar dat op wereldschaal een toename in omvang en duur van droogte onwaarschijnlijk is.

In grote delen van de wereld is juist een 'vergroening' waar te nemen in plaats van een 'verbruining'. Het onderzoek van Chi Chen (2019), onlangs gepubliceerd in Nature, laat aan de hand van wereldwijde satellietgegevens een groei van de vegetatie zien. Vooral China en India lopen hierbij voorop. Deze twee landen zijn goed voor 1/3 van de totale toename van bossen, akkers en andere soorten vegetatie die sinds 2000 wereldwijd zijn waargenomen. In het onderzoek worden verschillende oorzaken van deze gunstige ontwikkeling aangegeven, zoals het menselijk landgebruik, klimaatverandering, CO₂-toename, stikstofafzetting en herstel van natuurlijke verstoringen. Opmerkelijk is dat de onderzoekers klimaatverandering en CO₂-toename als de dominante factoren benoemen.

De vergroening van de aarde op basis van onderzoek van Chen 2019
Afbeelding 3: De globale verdeling van "vergroening" (licht tot donkergroen) en "verbruining" (geel tot paars) van 2000-16, zoals waargenomen door "Modis". Op de kaart geven witte gebieden onvruchtbaar land, permafrost, ijs, wetlands en bebouwde gebieden weer. De inzet toont de frequentieverdeling van statistisch significante trends. Bron: Chen et al. (2019)

Meer over vergroening als gevolg van CO₂ in dit artikel. De veronderstelde toename van overstromingen als gevolg van klimaatveranderingen wordt besproken in het artikel over extremen.

Conclusie

Het is duidelijk dat de natuur en daarmee de biodiversiteit op aarde onder druk staat, onder meer door (illegale) jacht, habitatvernietiging, invasieve exoten, milieuverontreiniging, exotische ziektes, enzovoorts. Dit is een bijzonder zorgelijke ontwikkeling en ze verdient alle aandacht. Maar het is steeds meer duidelijk dat deze ontwikkeling los staat van de klimaatverandering. Het is eerder ondanks de opwarming van de aarde dat de biodiversiteit onder druk staat. Een reden temeer om de aandacht te richten op de echte oorzaken.