home  > klimaatverandering  > extremen  > verdwenen-hittegolven

Het KNMI heeft in 2016 oude temperatuurreeksen van vóór 1951 naar beneden bijgesteld vanwege het verplaatsen van een meethut in 1950. Hierdoor is het aantal tropische en zomerse dagen en het aantal hittegolven in de periode tot 1950 sterk afgenomen. De aanpassing roept veel vragen op en is tegengesteld aan wat je zou verwachten op basis van het Urban Heat Island-effect.

Met het stijgen van de temperatuur in Nederland is het niet verwonderlijk dat het aantal zomerse en tropische dagen en het aantal hittegolven toeneemt. Het zou statistisch vreemd zijn als dat niet zo was. Maar de belangrijkste reden voor de toename zijn de aanpassingen die het KNMI heeft doorgevoerd op temperatuurwaarden uit het verleden. In 2016 heeft het KNMI oude temperatuurreeksen van vóór september 1951 naar beneden bijgesteld. Het KNMI beargumenteerde deze correctie (of homogenisatie) met de verplaatsing van de meethut in De Bilt in 1950 met 300 meter. Het weerinstituut stelt dat het de dagelijkse temperatuurmetingen in de periode 1901-1951 nooit voor die veranderingen had gecorrigeerd en dat dat wel nodig was. Opmerkelijk is dat de aanpassingen pas 65 jaar na dato zijn doorgevoerd.

Vooral de temperatuur van warme dagen (oorspronkelijk gemeten met een nauwkeurigheid van 0,1°C) heeft het KNMI drastisch naar beneden bijgesteld, tot wel 1,9°C bij dagen boven de 28°C. De temperatuur in de zomer is met gemiddeld 0,5°C naar beneden bijgesteld. Het aantal tropische dagen in de periode 1901-1951 in De Bilt nam door de aanpassingen af van 164 tot 76 en het aantal zomerse dagen van 931 tot 629. Van de 23 hittegolven die oorspronkelijk in de boeken stonden resteren er na de correcties nog maar 7. Als gevolg daarvan kon het KNMI in de warme zomer van 2018 claimen dat hittegolven nu veel vaker voorkomen dan een eeuw geleden.

De afname van het aantal hittegolven in Nederland na de homogenisaties van het KNMI
Afbeelding 1: De afname van het aantal hittegolven in Nederland na de homogenisaties van het KNMI
Uit het onderzoek Het raadsel van de verdwenen hittegolven wordt duidelijk dat deze aanpassingen zeer dubieus zijn. De vier onderzoekers (Rob de Vos, Frans Dijkstra, Jan Ruis en Marcel Crok) concluderen dat ten onrechte een groot deel van de historische hittegolven (in de periode 1901-1951) uit de boeken is geschrapt. De onderzoekers noemen de extreme temperatuurcorrecties van 1,9°C die het KNMI toepast op (zeer) warme dagen onverdedigbaar. De doorgevoerde aanpassingen zijn niet reproduceerbaar en in verschillende opzichten verdacht. Zo stelt het KNMI dat er in De Bilt helaas geen parallelmetingen zijn uitgevoerd met de oude en de nieuwe meethut, maar oude documenten (en zelfs een foto) wijzen uit dat dat wel gebeurd is. Verder is De Bilt gecorrigeerd op basis van het meetstation Eelde dat 150km noordelijker ligt en dat pas vanaf 1946 in gebruik was. Onduidelijk is waarom niet ook naar andere meetstations is gekeken.

Tot nu toe weigert het KNMI inhoudelijk te reageren op het onderzoek. Dat is natuurlijk spijtig, want het versterkt het vermoeden dat het KNMI iets te verbergen heeft. Door het ontbreken van een onderbouwing lijkt het erop dat het KNMI probeert om het weer in de periode na 1951 extremer voor te stellen door de temperaturen van vóór die periode te matigen.

Het naar beneden bijstellen van oude temperatuurwaarden is ook precies tegengesteld aan de compensatie die je zou verwachten voor de toegenomen bebouwing en bestrating rond de meetstations. Door het Urban Heat Island-effect is de temperatuur in stedelijke gebieden hoger dan op het platteland. Ook in de buurt van het meetstation in De Bilt is de bebouwing en bestrating vooral na de oorlog sterk toegenomen, waardoor er waarschijnlijk een vertekend beeld is.