home  > klimaatverandering  > opwarming  > temperatuur-sinds-1850

Temperatuur sinds 1850

Sinds 1850 is de gemiddelde temperatuur op aarde met ongeveer 1°C gestegen. Sinds 1979 zijn temperatuurmetingen op basis van satellieten beschikbaar, die een nauwkeuriger en vollediger beeld geven van de temperatuur. Deze satellietmetingen laten over de afgelopen 24 jaar nauwelijks meer een temperatuurstijging zien. Over de periode vóór 1979 is veel onzekerheid over het werkelijke temperatuurverloop. Veel temperaturen uit het verleden zijn naar beneden bijgesteld, waardoor het nu relatief warm lijkt.

In onderstaande grafiek is met de blauwe lijn de verandering van de gemiddelde wereldtemperatuur weergegeven. Het is duidelijk dat er een stijgende lijn is. Deze grafiek is gebaseerd op de officiële gegevens van HadCRUT4, een wereldwijde temperatuurgegevensset van temperatuurafwijkingen van over de hele wereld.

Wereldtemperatuur over de afgelopen 170 jaar
Afbeelding 1: Wereldtemperatuur over de afgelopen 170 jaar. De grafiek is gebaseerd op de officiële gegevens van HadCRUT4, een wereldwijde temperatuurgegevensset van temperatuurafwijkingen van over de hele wereld.

In de periode 1975 tot 2005 was de gemiddelde stijging relatief hoog: 0,018°C per jaar, ofwel 1,8 °C per eeuw. Sinds 1998 is de stijging afgevlakt naar 0,013 °C per jaar. Opmerkelijk is dat in de periode 1910 tot 1945 een vergelijkbare periode van stijgende temperaturen te zien was van 0,014 °C per jaar, terwijl de CO₂-concentratie en de stijging daarvan toen veel kleiner waren. In de periode 1945 tot 1975 was zelfs een kleine daling te zien van de gemiddelde temperatuur (-0,002 °C per jaar), ondanks oplopende CO₂-concentraties.

Satellietmetingen

Sinds 1979 zijn er ook satellietmetingen beschikbaar van het Amerikaanse meteorologische instituut NOAA over de gemiddelde temperatuur op aarde. Sinds het begin van de metingen laten die een temperatuurstijging zien van ongeveer 0,5°C, dat komt overeen met ongeveer 0,013°C per jaar. Temperatuurmetingen op basis van satellieten hebben belangrijke voordelen.

  • Het gebied waarover zij meten is veel groter; ze meten ook boven zee en afgelegen gebieden met weinig meetstations.
  • De satellieten meten de temperatuur van de onderste laag van de atmosfeer en registreren geen verstorende opwarmingseffecten door verstedelijking.

Hieronder zijn de grafieken weergegeven op basis van satellietmetingen sinds het begin van de metingen (links) en over de afgelopen 24 jaar (rechts). Ondanks de stijgende CO₂-concentratie is in deze laatste periode geen substantiële opwarming meer zichtbaar.

Opwarming van 0,5°C in de afgelopen 40 jaar op basis van UAH-satellietmetingen
Afbeelding 2: Opwarming van 0,5°C in de afgelopen 40 jaar op basis van UAH-satellietmetingen
Vrijwel geen opwarming meer in de afgelopen 24 jaar op basis van UAH-satellietmetingen
Afbeelding 3: Vrijwel geen opwarming meer in de afgelopen 24 jaar op basis van UAH-satellietmetingen

De temperaturen zijn hier afkomstig van de UAH-satelliet temperatuur dataset van het NSSTC (National Space Science & Technology Center).

Kloppen de grafieken?

De eerste grafiek zoals hierboven gepresenteerd, vormt de basis voor de zogenaamde klimaatcrisis: het idee dat de aarde als gevolg van de extra uitstoot van CO₂ sinds de industriële revolutie op een ongecontroleerde wijze aan het opwarmen is. Bij deze grafiek zijn echter de nodige kanttekeningen te plaatsen.

De temperatuur op aarde kan pas sinds 1979 enigszins betrouwbaar gemeten kan worden door de komst van weersatellieten. Vóór die tijd kon de gemiddelde temperatuur op aarde alleen worden bepaald aan de hand van meetstations op land en op zee. Een groot probleem daarbij is de ongelijke verdeling van meetstations over de aarde: zeker wat langer geleden was er een enorme oververtegenwoordiging van meetstations in West-Europa en Noord-Amerika. In de rest van de wereld en op de oceanen (2/3 van het aardoppervlak) was en is het aantal meetpunten veel kleiner. Dat betekent dat voor grote gebieden de temperatuur op elk moment ingeschat moet worden. Zoals we weten uit ons eigen land zijn er soms flinke lokale temperatuursverschillen op relatief kleine afstanden. Door het gebrek aan voldoende meetpunten kunnen dus grote fouten ontstaan.

Een nog groter probleem bij de metingen vanaf 1850 zijn de aanpassingen die zijn uitgevoerd op de meetresultaten. Het gaat hierbij om zogenaamde homogenisaties: correcties op oude meetgegevens ter compensatie van veranderingen in de meetopstelling of meetomgeving. Veel meetstations zijn bijvoorbeeld in de loop der jaren op het meetterrein verhuisd, waardoor de omstandigheden net iets anders kunnen zijn. Of in de nabijheid van een meetstation is de bebouwing toegenomen, waardoor een te hoge temperatuur wordt gemeten (zie Urban Heat Island-effect). De grote vraag is of de metingen nog een betrouwbaar beeld geven na dit soort aanpassingen.

‘Cooling the past’

Vanwege de toegenomen bebouwing rond meetstations zou je verwachten dat oude metingen ten opzichte van de huidige situatie naar verhouding te hoog zijn en dus naar beneden zouden moeten worden bijgesteld. Het opmerkelijke is echter dat bij alle belangrijke datasets precies het omgekeerde is gebeurd: temperaturen uit het verleden zijn naar beneden bijgesteld. Zo lijkt het vroeger kouder te zijn geweest en onstaat het beeld van een vrijwel continue stijgende temperatuur sinds 1850. De volgende twee grafieken vormen een duidelijk voorbeeld van het vertekende beeld. Links is de ontwikkeling van de gemiddeld temperatuur weergegeven op basis van de NASA-GISS dataset uit 1987. Duidelijk is te zien dat in de periode 1880 tot 1950 er sprake was van een opwarming van circa 0,5°C. De grafiek is afkomstig van een onderzoek van Stephan Schneider van Stanford University uit 1989. In diezelfde dataset van NASA-GISS zoals die op dit moment op de website van Nasa te vinden is, is door de homogenisaties de temperatuurstijging volledig verdwenen.

In de dataset van Nasa-GISS versie 1987 is een duidelijke stijging van de gemiddelde temperatuur te zien.
Afbeelding 4: In de dataset van Nasa-GISS versie 1987 is een duidelijke stijging van de gemiddelde temperatuur te zien in de periode 1880-1950. Bron: Schneider, 1989

In de dataset van Nasa-GISS versie 2018 is een temperatuurstijging tussen 1880 en 1950 volledig verdwenen.
Afbeelding 5: In de dataset van Nasa-GISS van dit moment is een temperatuurstijging tussen 1880 en 1950 volledig verdwenen. Bron: NASA-GISS

De aanpassingen van Nasa staan niet op zichzelf. Vele meteorologische diensten (inclusief het KNMI) hebben metingen aangepast waarbij vroegere periodes over het algemeen naar beneden zijn bijgesteld, waardoor de huidige temperaturen veel hoger lijken. Hieronder zijn nog twee voorbeelden gegeven. De eerste grafiek laat de overgang zien van de dataset van het Engelse Met Office Hadley Centre, namelijk de overgang van Hadcrut versie 3 naar Hadcrut versie 4. Duidelijk is te zien dat de laatste versie een hogere opwaartse trend laat zien van 0,09 °C over een periode van 15 jaar (dat is 0,6 °C per eeuw). De andere grafiek laat de aanpassingen in de datareeks van Auckland, Nieuw-Zeeland zien.

Aanpassingen aan de dataset van Hadcrut
Afbeelding 6: Bij de overgang van Hadcrut3 naar Hadcrut4 is de opwaartse trend verhoogt met ongeveer 0,6°C per eeuw. Bron: WoodForTrees.org
Aanpassingen in de temperatuurreeks van Auckland, Nieuw Zeeland
Afbeelding 7: Aanpassingen in de temperatuurreeks van Auckland, Nieuw Zeeland. Bron: Wallace et al., 2017

Het is belangrijk om op te merken dat het bij dit soort aanpassingen niet gaat om het ijken van de meetapparatuur. Dat is aan de orde als bij bijvoorbeeld een gewijzigde meetopstelling gedurende een bepaalde periode zowel de oude als de nieuwe meetwaarden op elkaar worden afgestemd. De aanpassingen waar het hier over gaat, vinden vaak tientallen jaren na afloop plaats, wanneer er geen enkele manier meer is om de juistheid van de aanpassing te kunnen aantonen of weerleggen.

Onbetrouwbaarheid brongegevens

In een publicatie uit 2017 laat het team van James P. Wallace zien dat alle datasets die betrekking hebben op de gemiddelde temperatuur op aarde zo veel aanpassingen bevatten dat ze geen betrouwbare weergave vormen van de werkelijkheid en dat daarmee geen conclusies kunnen worden getrokken over een eventuele opwarming van de aarde. “The conclusive findings of this research are that the three GAST (Global Average Surface Data) data sets are not a valid representation of reality. In fact, the magnitude of their historical data adjustments, that removed their cyclical temperature patterns, are totally inconsistent with published and credible U.S. and other temperature data. Thus, it is impossible to conclude from the three published GAST data sets that recent years have been the warmest ever –despite current claims of record setting warming”. Nederlands“De conclusies van dit onderzoek zijn dat de drie GAST-datasets geen valide weergave van de werkelijkheid zijn. In feite is de omvang van de historische gegevensaanpassingen, die hun cyclische temperatuurpatronen hebben verwijderd, totaal inconsistent met gepubliceerde en geloofwaardige Amerikaanse en andere temperatuurgegevens. Het is dus onmogelijk om uit de drie gepubliceerde GAST-gegevenssets te concluderen dat de afgelopen jaren de warmste ooit zijn geweest - ondanks de huidige beweringen over een recordopwarming van de aarde”

Door de aanpassingen van oude meetgegevens lijkt het dat de gemiddelde temperatuur in de loop der jaren alleen maar stijgt of hooguit gelijk blijft; het oorspronkelijke cyclische patroon is niet meer terug te vinden. Wallace et al. laten in vele voorbeelden zien dat dit in tegenspraak is met eerdere bevindingen. Hieronder zijn bijvoorbeeld twee grafieken gegevens van het aantal zeer warme dagen in twee steden in Amerika met duidelijke pieken in de jaren 30 tot 50 van de vorige eeuw.

Het aantal zeer warme dagen in New York
Afbeelding 8: Het aantal zeer warme dagen in New York (100F/38°C of hoger). Bron: Wallace et al., 2017
Het aantal zeer warme dagen in Chigaco
Afbeelding 9: Het aantal zeer warme dagen in Chigaco (100F/38°C of hoger). Bron: Wallace et al., 2017

De vanzelfsprekendheid waarmee meteorologische diensten en onderzoeksinstellingen homogenisaties uitvoeren, is opmerkelijk en zorgelijk. Het aanpassen van (oude) brongegevens is in elke andere onderzoeksdiscipline een wetenschappelijke doodzonde. Op zich kunnen er in een wetenschappelijk onderzoek argumenten zijn om verschillende meetwaarden met elkaar vergelijkbaar te maken. Als dat op een transparante en goed onderbouwde wijze gebeurt, is dat geen probleem. Maar in dit geval gaat het om het opnieuw vaststellen van historische metingen, die niet meer ter discussie worden gesteld en aan de politiek en het grote publiek als waarheid worden gepresenteerd. Door temperaturen van oudere periodes stelselmatig te verlagen (precies omgekeerd aan wat mag worden verwacht), roepen ze bovendien de verdenking op zich de opwarming van de aarde kunstmatig aan te dikken.


< Vorige Gewijzigd: 30-07-2021 Volgende >